Kluwer Accountancy Nieuws

HomeActueel › Sectoren › Het dekkingsvraagstuk van het DGA-pensioen na de kredietcrisis

Het dekkingsvraagstuk van het DGA-pensioen na de kredietcrisis

16-06-2009 09:40 AN nr. 12

Meer dan ooit wordt de vraag actueel of uw DGA-relatie behoefte heeft aan een ‘fiscaal pensioen’ of een ‘echt pensioen’. Vanuit de traditionele benadering van het pensioen werden fiscale voordelen als primaire, en vaak ook als enige reden aangevoerd. Toch zien heel veel DGA’s, als u hen de vraag stelt, hun pensioen echt als een oudedagsvoorziening. En dan houdt uw advies niet op bij het fiscale aspect alleen. De kredietcrisis treft heel veel DGA’s die voor hun levenslange pensioen afhankelijk zijn van het vermogen in hun pensioenvennootschap.

Met name de DGA’s die aan de vooravond van hun pensionering staan of al met pensioen zijn gegaan hebben geen, of in zeer beperkte mate, mogelijkheden om tekorten aan te zuiveren. Goede raad hoeft daarbij niet duur te zijn.

 

Herstelplan pensioenvennootschap

Vanwege de kredietcrisis worstelen alle pensioenfondsen met hun dekkingsgraad. En in die zin kan de pensioenvennootschap ook vergeleken worden met een pensioenfonds. In essentie gaat het bij de pensioenvennootschap ook om cashflow-management, voldoende vermogensvorming om uiteindelijk een vooraf onbekend aantal jaren, nl. levenslang, een ouderdoms- en partnerpensioen uit te keren. En gaat het niet alleen om de fiscale aftrekpost. Met papieren aftrekposten wordt de dekking van het pensioen niet gerealiseerd. Er is slechts een schuld zonder dekking. Een pensioenvennootschap heeft grotendeels dezelfde dekkingsgraad-instrumenten tot zijn beschikking als pensioenfondsen: vermogen doteren aan het voor het pensioen geoormerkte vermogen, en hierop tijdig bijsturen als de vermogensgroei achterblijft, afzien van indexaties, uitstel van de pensioenleeftijd en in het uiterste geval ‘afstempelen’: het gedeeltelijk afzien van het pensioen.

Er zijn echter twee belangrijk verschillen in dit kader, namelijk: het volledig ontbreken van zowel een generatiehefboom als van de werking van de wet van de grote getallen. Daarnaast spelen fiscale beperkingen ook een belangrijke rol, zoals het niet mogen verdisconteren van het langlevenrisico en de indexatie in een hogere pensioenverplichting tijdens de opbouwfase.

 

De oudere DGA

De oudere DGA die in het afgelopen jaar zijn pensioenvermogen zag verdampen, heeft nu een probleem als de DGA en partner voor hun oudedagsvoorziening in meerdere of mindere mate afhankelijk zijn van het levenslange pensioen uit de vennootschap. De onderneming is wellicht al gestaakt en/of verkocht, de werkzaamheden zijn beëindigd, of de DGA is al met pensioen. Feitelijk staat de DGA maar één optie open, namelijk afstempelen van het pensioen of potverteren op het overgebleven vermogen. Levenslang pensioen wordt de facto tijdelijk. Door af te stempelen, zal het potverteren minder snel gaan en heeft het resterende vermogen meer kans om te herstellen.

 

Fiscale aspecten

Sinds de Wet Witteveen is de DGA van trendsetter verworden tot trendvolger. Dus hetgeen in collectieve regelingen gebruikelijk is, is ook gebruikelijk voor de DGA. Al in 2004 heeft de staatssecretaris van Financiën geoordeeld, in lijn met adviescommissie ‘Fiscale behandeling van pensioenen’, dat het in bijzondere situaties om zakelijke redenen is toegestaan om af te zien van het niet te verwezenlijken deel van de pensioenaanspraak. Afstempelen dus tot het niveau waarop het levenslang karakter van het pensioen weer zoveel mogelijk wordt hersteld. Artikel 19b LB verbiedt in beginsel het (gedeeltelijk) afzien van pensioen, tenzij de aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is. De wetsgeschiedenis toont aan dat dit in de wet LB is gekomen om misbruik tegen te gaan. Afstempelen omdat het vermogen ontbreekt om het volledige pensioen uit te keren lijkt ons bijzonder genoeg in de situatie waarin de oudere DGA verkeert. Zoals zo vaak hanteert de fiscus een dusdanig strak beleid dat het er de facto op neer komt dat er nooit sprake kan zijn van afstempelen van pensioen zonder fiscale sancties. Het beleid is, naar aanleiding van publicaties hierover, nogmaals aangescherpt in een ‘vraag en antwoord’-besluit van 11 februari 2009. Afstempelen heeft dus een procesrisico in zich. De belastingrechter heeft dan het laatste woord.

Ook de indexatiebepaling in de pensioenovereenkomst is geen ‘om-niet’-bepaling meer die uitsluitend dient om de fiscale waardering zo hoog mogelijk op te voeren. De fiscus kent tegenwoordig waarde toe aan de indexatiebepaling en het niet indexeren van het ingegane pensioen als maatregel om de uitholling van het vermogen te beperken kan in het uiterste geval worden bestempeld tot een niet toegestane vorm van afzien met fiscale gevolgen. Waardetoekenning betekent dus ook vermogensvorming.

 

De jongere DGA

De DGA met een langere horizon kan wel tijdig inspringen op ontstane tekorten door bijvoorbeeld meer te doteren aan het pensioenvermogen.

 

De dekkingsgraad

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het voor pensioen geoormerkte vermogen en de pensioenverplichting. Pensioenfondsen moeten op lange termijn streven naar een dekkingsgraad boven de 130%, maar op korte termijn maatregelen nemen indien de dekkingsdraad onder de 105% is. Vertalen we dit naar het DGA-pensioen, dan kunnen we vaststellen dat een dekkingsgraad van 100% van de fiscale pensioenverplichting absoluut ontoereikend is. Dit vanwege het ontbreken van de wet van de grote getallen en het fiscaal niet in de verplichting mogen verdisconteren van het langlevenrisico én de indexatie. Pensioenverhogingen door indexatie leiden pas fiscaal tot een verplichting op het moment dat de verhoging daadwerkelijk is gerealiseerd.

 

Sterftestatistieken

Gemiddeld genomen leeft een 65-jarige man nog 15,8 jaar te leven. Op basis van die veronderstelling wordt het fiscale doelvermogen bepaald. Echter, de kans dat een 65-jarige man ouder wordt dan 80 jaar is 54%, ouder dan 90 jaar 13%. Sterker nog, op het moment dat de man 80 jaar is, leeft hij gemiddeld nog 6,72 jaar en is de kans dat hij ouder wordt dan 90 jaar opgelopen tot 23%. Met andere woorden, als het pensioenvermogen op 65 jaar wordt gebaseerd op het fiscale doelvermogen, is de kans levensgroot aanwezig dat – als de pot leeg is – de DGA nog leeft (en anders de partner wel). Tenzij de beleggingen natuurlijk enorm renderen, maar daar hoort vaak een zeer offensief risicoprofiel bij. Dat past meestal niet bij een DGA op leeftijd met een beperkte beleggingshorizon.

 

Voorbeeld 1

Een DGA van 45 jaar heeft een 5 jaar jongere partner. Het te bereiken ouderdomspensioen bedraagt € 40.000. Bij overlijden na pensioendatum bedraagt het partnerpensioen € 28.000. Het daarbij horende doelvermogen op 65 jaar bedraagt, afgerond, € 574.000. Leeft de DGA nog op zijn 80ste, dan is de fiscale verplichting nog steeds € 325.000. Een daling van € 249.000 terwijl er al € 600.000 aan pensioen is uitgekeerd. Een rendementseis van 9%.

 

 

Als de DGA het pensioen na ingang jaarlijks indexeert met de inflatie, conform de pensioenovereenkomst, dan is het pensioen op zijn 80ste aangegroeid tot € 52.800. Daarbij hoort een fiscale pensioenverplichting van € 430.000. Een daling in 15 jaar van € 144.000 bij een cumulatieve uitkering van € 692.000. Een rendementseis van ruim 12%!

 

Langlevenrisico

Het langlevenrisico wordt vertaald in de kans dat de pensioenvennootschap, met het voor pensioen beschikbare vermogen, de aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen levenslang kan uitkeren. Wil de DGA het langlevenrisico volledig uitsluiten, dan is er maar één optie mogelijk: het afstorten van een commerciële koopsom bij een levensverzekeraar. Het langlevenrisico is daarmee volledig uitgesloten. In het geval dat de pensioenvennootschap het langlevenrisico draagt, blijft er een kans over dat het pensioen niet levenslang kan worden uitgekeerd. Bijvoorbeeld door tegenvallende rendementen al dan niet in combinatie met een te laag pensioenvermogen of vanwege het feit dat de DGA en de partner nu eenmaal lang leven. Voor het langlevenrisico moet de pensioenvennootschap dus buffers vormen.

 

Voorbeeld 2

In het geval dat de pensioenvennootschap uit het voorbeeld een bedrag ter grootte van € 574.000 had gereserveerd, zou de kans dat het pensioen van € 40.000 gevolgd door het partnerpensioen van €28.000 levenslang kan worden uitgekeerd, slechts 44,6% zijn. Andersom geredeneerd: stel dat de kans 90% zou moeten zijn, dan zou de BV een bedrag van € 688.000 moeten reserveren op 65 jaar. Een dekkingsgraad van 120%.

Bij de waardevaste variant daalt de kans tot maar 16,6%.Stel dat de kans 90% zou moeten zijn en de BV gaat in dit geval ook vermogen vormen voor de indexatie. De BV zou dan een bedrag van € 906.000 moeten reserveren op 65 jaar. Een dekkingsgraad van 157%!

 

Advies

  • Stel uw cliënten altijd de vraag of zij een zuiver fiscaal pensioen willen of een echt pensioen.
  • Maak werk van uw adviesrol en maak de dekkingsgraad tot speerpunt in 2009. Door middel van ALM-technieken kunt u uw cliënt adviseren ten aanzien van keuzes in de dekking, al dan niet in samenwerking met terzake kundige vermogensbeheerders of adviseurs.
  • Focus daarbij niet op de fiscale pensioenverplichting. De informatieve waarde daarvan is beperkt.
  • Maak geen gebruik van de gratis modelpensioenovereenkomsten van de fiscus. Deze zijn niet gratis, maar leiden tot een groot aantal verborgen verplichtingen voor de vennootschap, zoals enorme overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico’s.
  • Maak ook de indexatiebepaling onderdeel van uw advies. Is er behoefte aan een waardevast pensioen of niet?

 

[Drs. J.A.L. Borremans en drs C. Beishuizen zijn partner van LNBB actuarissen +pensioenconsultants te Soest en Dordrecht, gespecialiseerd in fiscale, juridische, actuariële en verzekeringstechnische pensioenadvisering aan ondernemers en hun ondernemingen. www.lnbb.nl]

Reageer 

Wilt u reageren, vul dan de onderstaande velden in. Uw e-mailadres wordt niet op onze website weergegeven.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

Peiling

Voor veel accountants is SBR eigenlijk alleen maar een soort protocol om fiscale rapportages in een afgesproken format bij bijv. de Belastingdienst of andere uitvragende partijen aan te leveren. Laten deze accountants kansen liggen?


Gratis nieuwsbrief
3x per week het laatste nieuws in uw mailbox!

Volg Accountancynieuws! 

  
   

Accountancy Nieuws is een product van Kluwer - © www.accountancynieuws.nl