Kluwer Accountancy Nieuws

HomeActueel › Vaktechniek › AFM: Over het begrip materialiteit bestaan veel misverstanden!

AFM: Over het begrip materialiteit bestaan veel misverstanden!

31-01-2011 13:42 Accountancynieuws nr. 2

‘Over het begrip materialiteit bestaan veel misverstanden’ is een uitspraak op pagina 4 uit het rapport van de AFM, getiteld Aandachtspunten Financiële Verslaggeving 2010. Het ESMA (European Secuirities and Market Authority) is van plan om dit jaar een document over materialiteit te publiceren. De IASB werkt aan een nieuw Conceptual Framework, inclusief het begrip materialiteit. Genoeg aanleiding om het begrip materialiteit onder IFRS te beschouwen. Hieruit blijkt dat IFRS op dit punt niet transparant is en dat de AFM bij toelichtingen het begrip materialiteit strikt lijkt te interpreteren. Het gevaar bestaat dat ondernemingen – onder druk van deze interpretatie – niet materiële toelichtingen op gaan nemen. Dit leidt tot afname van het nut van de jaarrekening, doordat materiële toelichtingen hiermee worden ‘bedolven’.

Het weglaten van informatie of een fout is materieel als het de besluitvorming door beleggers, op basis van financiële verslaggeving, zou kunnen beïnvloeden (Conceptual Framework alinea 31). De AFM merkt terecht op dat het dus niet noodzakelijk is dat de besluitvorming wordt beïnvloed door het ontbreken van informatie of een fout.

Er is kritiek geweest op de brede wijze van definiëren van materialiteit[1]: ‘This establishes a very low threshold of materiality in light of the fact that the word could (‘zou kunnen’) implies a potentially endless number of possibilities.’ Bepaalde informatie zou een belegger altijd kunnen beïnvloeden. Om deze reden kent US GAAP het criterium (SCON 2): ‘it is problable (waarschijnlijk) that the judgement … would have been changed or influenced…’. Dit geldt ook voor het begrip materieel belang in het kader van een accountantscontrole (COS 320:2) ‘Afwijkingen, met inbegrip van omissies, worden verondersteld van materieel belang te zijn indien hiervan, afzonderlijk of geaggregeerd, redelijkerwijs zou kunnen worden verwacht dat zij een invloed hebben op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de financiële overzichten nemen.’

 

Uitleg materialiteit door IASB

Gezien de complexe praktische toepassing is het de vraag of de IASB een dergelijke uitleg van het begrip materialiteit beoogt. Bovendien blijkt soms de materialiteit van een post pas achteraf: in de Nina Brink-affaire ontstond een hele heibel rond het verschil tussen de begrippen ‘transferred’ en ‘sold’ in de toelichting van het prospectus. Die gevoeligheid was waarschijnlijk ten tijde van het opstellen van het prospectus niet te voorzien.

In de uitgebrachte Exposure Draft of an improved Conceptual Framework staat dezelfde brede definitie (‘could influence’) van materialiteit, maar ook de volgende opmerking: Both Concepts Statement 2 and the IASB Framework discuss materiality, and both define it similarly (BC 2.58 ED Conceptual Framework).

 

Contextuele criteria

De AFM merkt in haar rapport op dat materialiteit afhankelijk is van de omvang en aard van de post en dat in de praktijk de omvang het belangrijkste/enige criterium is. Uit het Discussion Paper Conceptual Framework van de IASB blijken nog andere aspecten mogelijk relevant:

  • “Materiality judgements are made in the context of the nature and the amount of an item, as well as the entity’s situation.” (QC 51 Discussion Paper Conceptual Framework). Materialiteit moet dus bezien worden vanuit de specifieke situatie van de entiteit;
  • “In addition, the amount of deviation that is considered immaterial may increase as the attainable degree of precision decreases” (QC52 Discussion Paper Conceptual Framework). Materialiteit hangt dus samen met de mate van precisie, inherent in de informatie. Voor voorzieningen met normaliter een lagere precisie dan de post liquide middelen, zou dus – bij een gelijke omvang – een hogere materialiteit kunnen gelden.

 

Deelgebieden van materialiteit

Naast de algemene uitgangspunten van materialiteit, kent IFRS ook algemene en specifieke bepalingen bij onderdelen van de jaarrekening (overzicht zie tabel 1). Deze worden hierna besproken.

 

Tabel: Onderdelen van materialiteit onder IFRS

Onderdelen

Uitgangspunt

Specifieke bepalingeni

Grondslagen

 

‐ Toepassing niet verplicht indien resultaat toepassing niet materieel (IAS 8:8)

‐ Opzettelijke (niet-)materiële fouten met specifiek presentatiedoel niet toegestaan (IAS 8:8/8:41).

‐ Verzekeringsrisico op contractniveau beoordelen (IFRS 4:B25)

Aggregatie

 

  • Posten ongelijksoortige aard/functie separaat presenteren, tenzij niet materieel (IAS 1:29).
  • Uitsplitsing in toelichting niet materiële posten kan nodig zijn (IAS 1:29)
  • Opzettelijke (niet-)materiële fouten met specifiek presentatiedoel niet toegestaan (IAS 8:8/8:41)
  • Resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5:32)

Toelichtingen

 

‐ Toepassing niet verplicht indien informatie van gering belang is (IAS 1:31).

 

‐ Bedrijfscombinaties (IFRS3:68)

‐ Financiële instrumenten (IFRS 7:IN4)

‐ Segmentrapportering (IFRS 8:13)

iHet doel is niet om volledig te zijn met alle mogelijke specifieke bepalingen die onder IFRS gelden.

 

Grondslagen

Uitgangspunt bij de toepassing van materialiteit op de IFRS-bepalingen aangaande grondslagen is dat toepassing niet is vereist indien het resultaat daarvan niet materieel is. Het is echter ongepast om niet-materiële afwijkingen van IFRS door te voeren of deze niet te corrigeren teneinde de financiële positie, de financiële prestaties of de kasstromen van een entiteit op een bepaalde wijze te presenteren.

Een uitzondering op bovenstaand uitgangspunt is het inschatten van het verzekeringsrisico van verzekeringscontracten. IFRS 4:B25 beschrijft dat verzekeraars de omvang van het verzekeringsrisico van contract tot contract moeten bepalen en niet op basis van de materialiteit die voor de gehele jaarrekening geldt. Een verzekeringsrisico kan dus aanzienlijk zijn, zelfs als er een minimale kans is op materiële verliezen.

 

Aggregatie

Een entiteit moet elke materiële categorie van soortgelijke posten afzonderlijk presenteren. Posten van ongelijksoortige aard of functie moeten afzonderlijk worden gepresenteerd, tenzij ze niet van materieel belang zijn (IAS 1:29). IFRS 5:32 stelt dat ten behoeve van de separate presentatie van resultaten uit beëindigde bedrijfsactiviteiten “een beëindigde bedrijfsactiviteit … een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt”. Dit betekent dat de resultaten van niet belangrijke bedrijfsactiviteiten en geografische bedrijfsgebieden die zijn beëindigd niet separaat gepresenteerd hoeven te worden. Bovendien is het de vraag hoe een “belangrijke bedrijfsactiviteit” zich verhoudt tot een operationeel segment [2]. IFRS 5:32 stelt bovendien géén ‘minimum’  voor de presentatie van resultaten van een dochteronderneming  die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.

 

Toelichtingen

IAS 1:31 stelt dat een entiteit specifieke, door IFRS vereiste informatie niet hoeft te verschaffen als ‘die informatie’ niet van materieel belang is. Hoe moeten we deze bepaling interpreteren? De AFM gaat er in het algemeen vanuit dat ingeval een post in een van de primaire overzichten als materieel moet worden beschouwd alle bij die post vereiste toelichtingen moeten worden gegeven. De AFM motiveert dit als volgt: ‘Het ontbreken van deze toelichtingen kan van invloed zijn op het begrip dat de gebruiker van de jaarrekening van de betreffende post krijgt en kan aldus van invloed zijn op de besluitvorming van de belegger.’ Het is de vraag of de IASB een dergelijke uitleg beoogt.

 

Mijns inziens wordt met de zinsnede ‘die informatie’ niet de afweging gemaakt in relatie tot het materieel zijn van de post in de primaire overzichten, maar het materieel zijn van de informatie die moet worden verstrekt op basis van de individuele toelichtingsvereisten [3]. Daarnaast kennen standaarden – naast een overzicht met specifieke toelichtingen – een toelichtingsprincipe. Dit toelichtingsprincipe geeft het beoogde doel aan, bijvoorbeeld IAS 19:120: Een entiteit moet informatie verstrekken die gebruikers van haar jaarrekening in staat stelt de aard van haar toegezegd-pensioenregelingen en de financiële gevolgen van wijzigingen in die regelingen tijdens de periode te beoordelen. Het voldoen aan een toelichtingsprincipe lijkt belangrijker dan zonder meer voldoen aan alle specifieke toelichtingen. Dit blijkt ook uit de volgende passages uit een staff paper van de IASB [4]: ‘Sometimes an entity presents information specified in IAS 19 even though such information is immaterial in the particular circumstances of that entity in that period … The disclosure of immaterial items sometimes may reduce the usefulness of financial statements by obscuring material items … Such occurrences of disclosures of immaterial information may be influenced by the presence of … regulators’ action(s) on the nondisclosures of specified items.” [5]

 

Ten slotte is uit specifieke bepalingen mogelijk af te leiden dat de IASB niet dezelfde uitleg heeft als de AFM ten aanzien van materialiteit en toelichting:

  • IFRS 7:IN4 stelt dat de toelichtingsvereisten in deze standaard in beginsel van toepassing zijn op alle standaarden en alle type ondernemingen, inclusief ondernemingen die beperkt gebruik maken van financiële instrumenten. Maar in de laatste regel wordt gesteld: ‘However, the extent of disclosure required depends on the extent of the entity’s use of financial instruments and of its exposure to risk.’ Dit impliceert een duidelijke separate materialiteitsafweging voor toelichtingen, gerelateerd aan de omvang van het risico en het gebruik van financiële instrumenten;
  • de doelstelling van IFRS 8 is inzicht te geven in de aard en de financiële gevolgen van de bedrijfsactiviteiten die zij uitoefent en de economische omgevingen waarin een onderneming opereert. IFRS 8 alinea 13 beschrijft hierbij minimale kwantitatieve drempel – 10% van de opbrengsten/winst/activa van een onderneming [6] – waar een operationeel segment aan moet voldoen wil hier er sprake zijn van een te rapporteren segment onder IFRS 8. Dus een hard kwantitatief minimum voor de uitsplitsing van informatie in segmenten;
  • de bepaling IFRS 3:68 – geldend tot boekjaar 2010 – die stelt dat voor bedrijfscombinaties die onbelangrijk (wat is onbelangrijk? materieel?) zijn, bepaalde toelichtingen gegeven mogen worden voor het totaal van deze bedrijfscombinaties.

 

Effect niet materiële toelichtingen

De AFM lijkt in haar rapport een formalistische benadering te kiezen. Dit blijkt met name uit haar zienswijze ten aanzien van toelichtingsvereisten. Leidt dit – naast een materialiteit ten behoeve van het opmaken van de jaarrekening en materialiteit ten behoeve van de accountantscontrole – tot een lagere materialiteit ten behoeve van de toezichthouder?

Ik vraag me af of dit een gewenste ontwikkeling is. Toename van niet materiële toelichtingen leidt tot een afname van het nut van de jaarrekening, doordat materiële toelichtingen hiermee worden ‘bedolven’. Hoe ga je als accountant om met bovenstaande ontwikkeling? De accountant bepaalt haar eigen materialiteit op basis van de COS. Niet materiële toelichtingen beïnvloeden het getrouwe beeld niet en behoeven dus niet te worden opgenomen in de jaarrekening. Hierbij is het advies wel om alle geconstateerde omissies te rapporteren, zodat de cliënt kan beoordelen of zij deze in het kader van toezicht door AFM toch aan wil passen.

Het is mogelijk om de opzet van IFRS transparanter te maken, door eenduidige definities te hanteren en door alle specifieke bepalingen ten aanzien van materialiteit op een vaste plaats in een standaard bij elkaar te brengen.

Tot slot een vraag: de enkelvoudige jaarrekening is doorgaans gebaseerd op Titel 9. Geldt voor de enkelvoudige jaarrekening een andere materialiteit (Definitie volgens het Stramien), gegeven dat hierop IFRS niet van toepassing is? Of importeer je met ‘de grondslagen van de geconsolideerde jaarrekening’ (artikel 362:8 Titel 9) ook de ‘materialiteit’ van IFRS?

 

[Drs. H.J.R. (Robin) Litjens RA is verbonden aan Bureau Vaktechniek van

BDO. Daarnaast is hij promovendus externe verslaggeving aan Nyenrode.]

 

Referenties:

[1]       American Institute of Certified Public Accountants (2005), Letter of comment on the IAASB’s Exposure Draft, Proposed International Statement on Auditing (ISA) 320 (Revised) Materiality in the Identification and Evaluation of Misstatements (May 17, 2005).

[2]       Er is een Exposure Draft waarin ‘belangrijke activiteit’ wordt vervangen door ‘segment’, omdat de bestaande term alleen in IFRS 5 voorkomt, en daarmee onduidelijk te interpreteren is.

[3]       Deze visie is ook af te leiden uit de presentatie van de IASB “IFRS Teaching Myths, mysteries and misconceptions” te downloaden van de IASB-website.

[4]       Staff paper Employee Benefits Working Group Project Post – Employment Benefits

Topic Disclosures – Materiality, 28 April 2009, pagina 3.

[5]       Overigens impliceert een toelichtingsprincipe dat onder omstandigheden – niet onder IFRS
            voorgeschreven – aanvullende toelichtingen moeten worden opgenomen om te voldoen aan het
            principe.

[6]       Een operationeel segment dat aan geen van de kwantitatieve drempels voldoet, kan als een te rapporteren segment worden aangemerkt en afzonderlijk worden vermeld indien het management van mening is dat informatie over het desbetreffende segment nuttig kan zijn voor gebruikers van jaarrekeningen.

Recente Vacatures

17-04-2014 Accountant AA Agro
17-04-2014 Aangiftemedewerker
01-04-2014 Financieel Adviseur (m/v)
24-03-2014 Senior Auditor

Meer vacatures

weblog Fou-Khan Tsang

weblog Fou-Khan Tsang Fouk Tsang is lid van de hoofddirectie van Alfa Accountants & Adviseurs en lid van de redactie van Accountancynieuws.
14-03-2014 Kom naar het Tuacc...
Ben je nu op kantoor? Zit je thuis op de bank? Doe je ogen eens dicht en denk aan je werkweek! Wat zie je? Stapels...

Gratis nieuwsbrief
3x per week het laatste nieuws in uw mailbox!

Volg Accountancynieuws! 

  
   

Accountancy Nieuws is een product van Kluwer - © www.accountancynieuws.nl