Kluwer Accountancy Nieuws

HomeActueel › Vaktechniek › Voorziening BAPO bij onderwijsinstellingen BO/VO

Voorziening BAPO bij onderwijsinstellingen BO/VO

07-09-2009 14:07 AN nr. 16

De impact van de BAPO-voorziening op onderwijsinstellingen in het basisonderwijs en het middelbaar onderwijs conform RJ 660 is materieel en divers. Bovendien heeft de brief van Plasterk niet geleid tot het afgeven van anders dan goedkeurende accountantsverklaringen. Dit zijn opvallende bevindingen naar aanleiding van verricht onderzoek naar de jaarrekening van onderwijsinstellingen voor het boekjaar 2008.

Onderwijsinstellingen in het basisonderwijs (BO) en het voortgezet onderwijs (VO) stellen sinds het verslagjaar 2008 hun jaarrekening op basis van onder meer de Richtlijnen van de jaarverslaggeving (RJ 660) op. Dit betekent voor de BAPO-regeling dat een hogere voorziening gevormd moet worden (bruto-verplichting). Ook mag er géén rekening worden gehouden met toekomstige opbrengsten binnen de lumpsum bekostiging[1]. Dit zou alleen kunnen als het gedeelte van de lumpsum bekostiging voor de BAPO (2%) als zodanig geoormerkt is en dat bekostiging gedurende de looptijd van de BAPO gehandhaafd blijft.

 

Voorgestelde alternatieven

Derhalve heeft minister Plasterk op 26 februari 2009 een brief geschreven waarin staat dat voor de verslagjaren 2008 en 2009 ten aanzien van de BAPO-voorziening de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving niet nageleefd hoeven te worden. Minister Plasterk stelt het volgende alternatief voor:

  • de berekening van de BAPO-voorziening conform de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving wordt opgenomen als een niet uit de balans blijkende verplichting;
  • besturen vermelden hoe zij van plan zijn om de toekomstige BAPO-lasten op te vangen;
  • besturen verwerken de BAPO in 2008 (en 2009) conform de jaarrekening 2007 (bestendige gedragslijn).

 

Het NRC Handelsblad [2] zet op 18 maart 2009 vraagtekens bij dit besluit van de minister en noemt het ‘knoeien met de balans’. In de NRC staat diezelfde dag een artikel met de titel: ‘School laat liever wat rijkdom zien’. Het artikel, een interview met Deloitte-partner Frank van Kuijck, hekelt het creatief boekhouden en stelt dat het van de balans laten van de BAPO-voorziening niet betekent dat de voorziening niet bestaat. De artikelen hebben zelfs geleid tot kamervragen, waarin de minister stelt dat toelichten van de BAPO-voorziening voldoende inzicht biedt[3].

Het NIVRA stelt in een schrijven van 24 maart 2009 aan het ministerie dat zij de beslissing van minister Plasterk betreurt en stelt dat het niet voldoen aan de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving gevolgen kan hebben voor de strekking van de accountantsverklaring.

Al met al voldoende aanleiding om aan de hand van jaarrekeningen 2008[4] van BO/VO-instellingen te onderzoeken of de impact van de BAPO daadwerkelijk zo groot is en of onderwijsinstellingen voldaan hebben aan het schrijven van de minister. Vervolgens is het interessant om de formulering van de accountantsverklaringen te onderzoeken of het ‘niet’ voldoen aan richtlijn 660 nu gevolgen heeft gehad voor de de accountantsverklaring.

 

Impact BAPO op onderwijsinstellingen

In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de impact van de BAPO, zoals deze uit de jaarrekeningen 2008 van VO/BO onderwijsinstellingen blijkt. De bruto verplichting is gemiddeld 61% van het vermogen per 31/12/2008 en 19% van de baten over 2008. Dat is aanzienlijk te noemen. De standaarddeviatie daarentegen (48% bij vermogen, 24% bij baten) geeft aan dat de impact voor de individuele onderwijsinstellingen divers is.

Wanneer we dit vergelijken met de impact bij MBO instellingen – waarvoor deze tijdelijke uitzondering niet geldt – dan valt op dat de impact bij deze instellingen veel lager is (28% vermogen / 10% baten), maar ook dat de spreiding minder groot is (standaarddeviatie, minimum, maximum) waardoor de impact voor MBO-instellingen minder divers is. Tot zo ver lijkt het onderzoek het overgangsregime voor 2008 en 2009 van Plasterk te billijken, alsmede de afwijkende behandeling van MBO-instellingen.

 

Tabel 1: Impact BAPO op onderwijsinstellingen in het VO / BO

 


N

%
VERM

%
BATEN

Gem. dekking

2% lumpsum

Opvang BAPO-lasten BO/VO

     

2% Lumpsum is dekkend

9

(26%)

37%

15%

125%

Niet dekkend – opvang via exploitatie

2

(6%)

63%

16%

74%

Niet dekkend – opvang via reserves

5

(14%)

99%

26%

75%

Niet dekkend – nog geen onderzoek

2

(6%)

53%

68%

60%

Niet dekkend – geen informatie

17

(49%)

64%

16%

74%

Totaal/Gemiddelde

35

(100%)

61%

19%

90%

Standaarddeviatie

-

-

48%

24%

29%

Minimum

-

-

6%

2%

56%

Maximum

-

-

137%

131%

161%

BAPO-lasten MBO

     

Totaal / Gemiddelde

25

(100%)

28%

10%

-

Standaarddeviatie

-

-

14%

4%

-

Minimum

-

-

7%

4%

-

Maximum

-

-

46%

19%

-



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Echter, slechts één onderzochte onderwijsinstelling geeft in haar jaarrekening aan dat het opnemen van een BAPO-voorziening tot financieringsproblemen zal leiden. De overige instellingen met een tekort[1] geven aan dit op te kunnen vangen met bestaande reserves en/of toekomstige (begrote) exploitatieresultaten. Wanneer we het tekort delen door de het exploitatieresultaat van 2008[2], dan wordt het ‘tekort’ gemiddeld in 3,85 jaar aan de hand van de lopende exploitatie ingelopen. Conclusie: hoewel de impact van de BAPO op de huidige vermogenspositie groot is, lijken de onderwijsinstellingen aan te geven dat de toekomstige financierbaarheid aan de hand van toekomstige exploitatieresultaten (aangevuld met gebruik van bestaande reserves) geen enkel probleem vormt. Hierbij moet worden aangetekend dat de onderwijsinstellingen gemiddeld gerekend hebben met een deelnamepercentage in de BAPO van 54% (standaarddeviatie 15%) en een blijfkans van 100% voor de bruto BAPO-verplichting. Met name een deelnamepercentage van 54% lijkt aan de lage kant. De reële impact kan hoger blijken te zijn.

 

Accountantsverklaringen

De conclusie van een accountantsverklaring bij een onderwijsinstelling kent twee onderdelen: getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid. Het niet voldoen aan Richtlijn 660 kan leiden tot een andere formulering ten aanzien van de getrouwheid. Ik kan hierover kort zijn. Ten aanzien van de getrouwheid zijn enkel goedkeurende accountantsverklaringen afgegeven. Kennelijk wordt de soep niet zo heet gegeten. Opvallend is dat de meerderheid aangeeft dat de jaarrekening in overeenstemming is met de RJO[3] en dat een beperkt gedeelte van de accountants heeft gemeend de brief van Plasterk (AD/104458) expliciet te noemen in de conclusie. Zorgvuldigheidshalve zou ik kiezen voor het expliciet noemen van de brief van Plasterk in de conclusie.

Bij de conclusie ten aanzien van de rechtmatigheid kom ik twee verklaringen met beperking tegen en één afkeurende verklaring. De onderbouwingen voor deze anders dan goedkeurende verklaringen hebben niets van doen met het niet voldoen aan RJ 660, maar betreffen onder meer problematiek ten aanzien van openbare aanbestedingen.

Overigens is in alle accountantsverklaringen een conclusie opgenomen ten aanzien van de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening.

 

Tabel 2: Accountantsverklaringen jaarrekeningen 2008 BO / VO- instellingen

 

N

Niet voldaan aan brief Plasterk (26/2)

Formulering getrouwheid

    

In overeenstemming met de RJO

23

77%

13

56%

In overstemming met de RJO en de inhoud van OCW (AD/104458)

7

23%

2

28%

Beperking

0

0%

0

0%

Afkeurend

0

0%

0

0%

Totaal

30

100%

15

50%

Formulering rechtmatigheid

    

In overeenstemming met het controleprotocol OC&W 2008

27

90%

-

-

Uitgezonderd het effect ten aanzien van de financiële rechtmatigheid

2

7%

-

-

Niet voldoen aan de financiële rechtmatigheid

1

3%

-

-

Totaal

30

100%

30

100%



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een andere vraag is in welke mate VO/BO-onderwijsinstellingen hebben voldaan aan de informatieverplichting in de jaarrekening naar aanleiding van de brief van Plasterk:

  • in alle onderzochte jaarrekeningen is een berekening van de BAPO-voorziening als een niet uit de balans blijkende verplichting opgenomen;
  • uit tabel 1 blijkt dat 49% (regel niet dekkend – geen informatie) van de onderwijsinstellingen niet heeft toegelicht hoe zij voornemens zijn de toekomstige BAPO-lasten op te vangen en dat nog eens 6% aangeeft nog geen onderzoek hiernaar gedaan te hebben;
  • Ten slotte blijkt uit de jaarrekeningen dat 2 instellingen (8%) in 2008 een BAPO-voorziening hebben opgenomen, terwijl deze in 2007 als een niet uit de balans blijkende verplichting was gepresenteerd. Daarvan had één instelling (4%) een bestemmingsreserve in 2007, en deze had in 2008 een voorziening gevormd. Het effect is verwerkt als een stelselwijziging.

 

Kortom, in totaal voldoen 15 jaarrekeningen (50%) niet aan een/meerdere toelichtingen en uitgangspunten, zoals gesteld in de brief van Plasterk. Dit heeft in geen enkele situatie geleid tot aanpassing in redactie van de accountantsverklaring.

 

Interessante indicaties

De in dit artikel gepresenteerde onderzoeksresultaten zijn indicatief en mogelijk niet voldoende representatief. Dat is inherent aan de beperkte omvang van het onderzoek en aan het feit dat geen statistische steekproef is getrokken. Dat betekent dat conclusies op basis hiervan voorzichtig moeten worden getrokken. Overigens neemt dit niet weg dat er een aantal interessante indicaties zijn. De beslissing van Plasterk om voor 2008 en 2009 niet te voldoen aan RJ 660 en de BAPO-voorziening niet op te nemen, lijkt cijfermatig te billijken. Aan de andere kant geeft slechts één instelling aan problemen te zien met de toekomstige financierbaarheid. Voor 2010 zou ik dus inzetten op het opnemen van de bruto BAPO-voorziening conform RJ 660.

Het probleem om de jaarcijfers van MBO-instellingen en BO/VO-instellingen met elkaar te kunnen vergelijken, vind ik meevallen. Het is vrij eenvoudig om op basis van de jaarrekening te simuleren alsof aan RJ 660 is voldaan, om te zien wat de impact is op de cijfers. Bovendien heeft de BAPO voldoende aandacht gehad in de media. Eenieder die een jaarrekening van een VO/BO instelling 2008 gebruikt voor economische beslissingen, zal hiervan op de hoogte zijn. Dat is een ander belangrijk uitgangspunt van jaarverslaggeving[1]!

 

[Drs. H.J.R. (Robin) Litjens RA, Senior Accountant Vaktechniek bij BDO CampsObers Accountants & Adviseurs en PhD student financial accounting bij NIVRA-Nyenrode.]



[1] Artikel 25 Stramien 2e zin)

 

[1] Daar is sprake van wanneer de bruto verplichting minus 2% lumpsumbekostiging groter is dan 0.

[2] Uitgezonderd negatieve exploitatieresultaten en aannemende dat het exploitatieresultaat over 2008 representatief zou zijn voor toekomstige exploitatieresultaten,

[3] Specifiek: in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (kenmerk WJZ-2007/50507). Zie ook http://www.minocw.nl/documenten/118658.pdf. (10 augustus 2009).

 

 

 

[1] RJ vergadering 28 januari 2009 (zie reactie minister Plasterk op kamervragen (ref. 2570)

[2] http://www.nrc.nl/binnenland/article2185133.ece/Plasterk__knoeien_met_balans_mag

[3] Zie aanhangsel van handelingen (vergaderjaar 2008 – 2009) ref. 2570.

[4] Ik heb op company.info de beschikbare jaarrekeningen gedownload van MBO, VO en BO instellingen. Deze populatie is aangevuld met jaarrekeningen die rechtstreeks te downloaden zijn vanaf internet (zoektermen: AD/104458, WJZ-2007/50507, accountantsverklaring, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en BAPO voorziening)

Reageer 

Wilt u reageren, vul dan de onderstaande velden in. Uw e-mailadres wordt niet op onze website weergegeven.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

Peiling

De invoering van een beroepseed voor accountants is:


Gratis nieuwsbrief
3x per week het laatste nieuws in uw mailbox!

Volg Accountancynieuws! 

  
   

Accountancy Nieuws is een product van Kluwer - © www.accountancynieuws.nl